Eindelijk weer een echte winter met sneeuw en temperaturen onder de nul graden.      Daarom vandaag twee gedichten over de winter.

Jacqueline van der Waals (26-06-1868 – 29-04-1922)  was dichter, vertaler en prozaïst.

Jacqueline van der Waals werkte als lerares geschiedenis aan meisjesscholen te Doorn en Bloemendaal en aan de school voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam. Ze was een dochter van Nobel-prijswinnaar voor de natuurkunde J.D. van der Waals (1910) en zus van dichter/bloemlezer Laurens van der Waals (1885-1968).

Winterstilte

De grond is wit, de nevel wit,
De wolken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
Met witten rijp beijzeld.
De boom houdt zich behoedzaam stil,
Dat niet het minste takgetril
’t Kristallen kunstwerk breke,
De klank zelfs van mijn schreden wil
Zich in de sneeuw versteken.

De grond is wit, de nevel wit,
Wat zwijgend tooverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
Dit grootsche, stille wonder.

Jacqueline E. van der Waals

 

Herman de Conick (21  februari 1944 – 22 mei 1977) was  dichter, essayist, journalist, tijdschriftuitgever en voltijds ‘literaire figuur’.

Winter

Winter. Je ziet weer bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zolang er sneeuw is is er hoop.

Herman de Conick

 

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.